7-Geslaagd

Hoera, Jamal is geslaagd voor zijn examen Logistiek in de apotheek en kan door naar de volgende stap: een stageplek zoeken. Volgens mij maakt hij zich daar wel zorgen over want toen we oefenden met het gebruik van het woord ‘feit’, kwam hij met: ‘Ik kan geen werk vinden doordat het feit dat ik geen goed Nederlands spreek.’ Helemaal vlekkeloos ging het dus nog niet en ik vroeg hem de volgende zin af te maken met ‘feit’ erin: ‘De vrouw is verdronken… -‘. Jamal: De vrouw is verdronken door het feit dat ze alcohol heeft gedronken.’ Ik moest er wel om lachen en zei dat dit op zich wel kon maar dan indirect, waarop mij opeens een lichtje opging. Kende hij de betekenis van het woord verdronken? ‘Dat is als je dronken bent, toch?’

Vanuit ‘feit’, kwamen we via de begrippen aantonen en bewijzen op geboorteakte. Ik vroeg hem wanneer hij jarig is. ‘Op 1 januari. Maar dat is verzonnen.’ (Tot zover mijn waterdichte uitleg over feiten, muhhaha). Mijn taalmaatje legde uit dat zijn ouders in een dorp woonden en niet altijd in de gelegenheid waren om naar de stad te gaan om een geboorte aan te geven. Bij de burgerlijke stand maakten ze van ‘een tijdje geleden werd deze baby geboren’ (Nee, niet: ‘geboord’, dat betekent iets heel anders…) altijd 1 januari! Jamal leek het niet zo leuk te vinden dat zijn ouders het niet belangrijk hadden gevonden om te onthouden wanneer hij ter wereld kwam. Maar goed, ze waren dan ook… ‘Onge… onge.. hoe noem je dat ook alweer?’ Wat precies? ‘Als je niet kunt lezen en schrijven.’‘Ongeletterd?’ ‘Dat bedoel ik.’

Ik werd getrakteerd op zelfgemaakte baklava; heerlijk! We spraken over de bereiding en Jamal vertelde me dat hij het deeg kant-en-klaar koopt. Ik: ‘Je maakt het met bladerdeeg, toch?’. Hij: ‘Ik weet niet hoe het heet.’ Ik: ‘Komt het uit het vriesvak?’. Jamal: ‘Nee, uit Irak.’