6-Tuintalk

Nadat we drie weken terug op gepaste afstand in het park zaten weg te branden tijdens de taalcoaching, stelde Jamal voor om de volgende keer bij hem in de tuin af te spreken. Ik had zijn tuin al eens gezien en inmiddels was er veel gebeurd; geen groen meer te zien. Als ik Jamal niettemin complimenteer met zijn werk, zegt hij trots: ‘Ik had dat nooit eerder gedaan dus wist niet of ik het wel zou hebben gekund.’ Die zin was natuurlijk minstens zo’n grote duim waard.

Kleermakerszit
Mijn taalmaatje verontschuldigde zich erover dat hij nog geen tuinstoelen had en zette een eettafelstoel met een kruk als tafeltje voor me neer. De kinderen keken wat verlegen van achter de ramen. Het middelste jongetje kwam erbij en ging in kleermakerszit in een soort kunststof bol met een gordijntje dat dicht kon, zitten. Jamal liet zien hoe je de bol vervolgens rond kon draaien. Leuk! Ik vroeg aan hem of hij de uitdrukking ‘kleermakerszit’ kende. Nee, en we bespraken de vermoedelijke herkomst van het woord. Daarop vertelde hij mij dat het in het Koerdisch tsjaar meer ki heet (fonetisch gespeld uiteraard). Daar zit het Koerdische woord voor vier in, wat verwijst naar de vier punten van de zitswijze. Ik vind dat wederzijdse leren erg tof. Op dat soort momenten bedenk me weer hoe ongelooflijk knap het is dat een man van 37 die opgegroeid is met een ander schrift, dat je van rechts naar links schrijft en leest en dat geen lidwoorden kent, in 5 jaar tot dit taalniveau gekomen is!

Voorbereid
Ik mocht een cursusboek inkijken en… dat was niet misselijk. Lang vergeten termen als tautologie en pleonasme kwamen voorbij. Ik vroeg Jamal of hij nog steeds van plan was om zijn diploma voor 2B/4F te gaan halen in september. ‘Als ik op dat moment voorbereid ben’, zo luidde zijn antwoord. Mijn hulp heeft hij! Vooral begrijpend lezen wordt een struikelblok. Maar goed dus dat we samen met zijn zoon een gedicht hadden gelezen en daar eigenlijk onbewust al mee aan het oefenen waren geweest.
We namen afscheid – volgende keer bij mij!- en ik klauterde over de afrastering van de warme tuin, naar de openbare ruimte waar een kil windje stond. ‘Pas op dat je niet valt!’, hoorde ik hem roepen.