11. Creatief met kliekjes

Een benauwde dag met een geestverruimende wandeling vandaag. Ik ging weer eens een blokje om met taalmaatje Jamal. Dat was alweer een tijd geleden; iets met herfstweer dit voorjaar…

We hebben elkaar sinds mijn laatste Taalplaatje van oktober 2020 vrijwel wekelijks op afstand ontmoet, beurtelings bij hem en mij thuis. Het was een leerzame periode, ook voor Jamal. Hij liep stage en dat ging goed totdat hij merkte dat er steeds minder capaciteit was in de apotheek, dus kreeg hij te weinig begeleiding waardoor hij de benodigde stageopdrachten niet kon maken. Hij besloot om te stoppen met de stage en eerst alle theoretische vakken af te ronden. Een van de keuzevakken was culturele verschillen, of zoiets. Interessant. Ik vroeg naar de vragen in dat examen en naar zijn eigen ervaringen. Wat vond hij zoal van de Nederlanders en hun gebruiken, toen hij hier net was? Een van de dingen die hij noemde, was dat Nederlanders zoveel uit eten gaan. We kwamen vervolgens op het Turkse restaurant dat in coronatijd afbrandde.

Wie zijn billen brandt…
Jamal zei: ‘Dat restaurant is helemaal verbrand!’. Ik gaf aan dat ik het zo niet zo zeggen. Dat zou je zeggen over mensen, of over eten. ‘Afgebrand’, stelde ik voor. Maar auto’s kunnen ‘uitbranden’ en eten kan ook ‘aanbranden’ en je kan je ook aan eten branden… Na ons gesprek bedacht ik me dat er ZO veel uitdrukkingen zijn met branden en vuur… Ik mailde hem er 10, variërend van ‘In vuur en vlam staan’ tot ‘een kort lontje hebben’. Toen ik tijdens onze volgende ontmoeting vroeg welke zegswijze hij het mooiste vond, zei hij: ‘ Wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten!’.

Biologie-kip 
Vandaag wandelden we tussen de uitbundig bloeiende bermbloemen en kwam Jamal zoals te doen gebruikelijk, met zijn lijstje met taalkwesties. Dat vind ik altijd mooi. Als hij iets tijdens zijn dagelijkse half uur Nederlandse radio of tv (GTST, grijns) hoort dat hij niet helemaal begrijpt, noteert hij het en vraagt mij ernaar. Een van de woorden was ‘creëren’ en de betekenis van creatief. Ha! Dat kwam natuurlijk goed in mijn straatje van pas. Jamal probeerde het begrip eerst zelf in de context te gebruiken en kwam met: ‘Ik ben creatief op koken’. Ik zei dat je dan zou zeggen: ‘Creatief in de keuken’. We praatten erover door en Jamal zei -toen we ganzen tegenkwamen- dat zijn moeder in Irak ganzen en kippen hield in de achtertuin. Die kregen de restjes van het avondeten waardoor ze zoveel lekkerder smaakten dan de kip uit de supermarkt. ‘Helemaal “biologie”, zo zeg je dat toch?’.

Kliekjes
Naar aanleiding van het woord ‘restjes’, vertelde ik over het gebruik om een keer per week alle kliekjes op te maken. ‘Dat woord ken ik nog niet,’ zei Jamal, ‘Leuk!’. Maandag gaat hij examen doen in het vak voorbereiding Hbo. Hoe hij er tegenaan kijkt? ‘Het is niet moeilijk, maar het is ook niet makkelijk.’ Ik ben benieuwd hoe het hem vergaat!