12. Dat is klopt

Deze zaterdag liepen we weer eens door het park tussen onze huizen in. Waar we eerder altijd veel ganzen zagen, herinnert nu alleen de vogelpoep aan hun aanwezigheid. Waar zijn ze allemaal gebleven?, vraag ik me af, kijkend naar het water. ‘De ganzen hebben gedeukt’, stelt Farhat. Ik kijk hem lachend aan. ‘Nee, dat is denk ik niet wat je bedoelt. Het woord wat je zoekt is duiken. ‘Oh, dan hebben ze geduikt’, probeert hij. ‘Helaas, het is duiken – dook – gedoken’, merk ik op, ‘en in dit geval zou ik zeggen: ze zijn ondergedoken. Dus niet met het werkwoord hebben maar met zijn.’  Gelukkig vraagt Farhat, die zeer geïnteresseerd is in taal, niet naar het ‘waarom’, want dat zou ik echt niet weten!

Dat is klopt
We wandelen naar een sloopproject en Jamal vertelt over zijn pogingen om een nieuw stageadres te vinden. Hij was bij gebrek aan begeleiding gestopt bij de vorige apotheek. ‘Ik heb 35 tot 40 sollicitatiebrieven geschreven. En een apotheek in Beverwijk zei dat ik in september bij ze kan aankloppen.’  Wauw, dat klinkt Nederlands, denk ik trots. ‘Hangt het ervan af of ze dan voldoende personeel hebben?’, vraag ik. ‘Dat is klopt’, luidt zijn antwoord. ‘Eh, nou, dat klopt alleen niet’, lach ik, waarna ik vertel hoe je het wel goed zegt.

Woningvereniging
We staan stil en kijken naar de restanten van huizen achter het hek. Wat er gaat komen is onduidelijk. Farhat denkt een park. Maar we weten het niet want er staat geen projectbord op het sloopterrein. ‘Hoe noem je dat nou ook alweer, op zo’n bord, wat arsjtekten doen? Die maken een… onderwerp?’. ‘Bedoel je een ontwerp?’, vraag ik. ‘Ja, een óntwerp’, herhaalt Farhat, alleen met de klemtoon op de eerste lettergreep. Ik verbeter hem: het is wel ónderwerp maar het is ontwérp…’
We bespreken waar alle vroegere bewoners naartoe gegaan zouden kunnen zijn. Zouden ze zelf een nieuwe woning hebben moeten zoeken? ‘Nee, dat doet de woningcro…, woningcoptie…. nee, de woningvereniging!’. Bijna goed. Ik complimenteer Farhat met zijn vindingrijkheid. Slim om een makkelijker optie te kiezen als je niet uit een woord komt!

Als we afscheid nemen zeg ik dat ik vind dat zijn Nederlands helemaal niet slechter is geworden tijdens de drie weken dat we elkaar niet hebben gesproken. En dat terwijl hij de taal dan alleen in winkels met Nederlanders spreekt. ‘Die kansen laat ik niet aan mij voorbijgaan!’