2-Voedend contact

Wat ben ik blij dat ik flexitariër ben. Anders zou ik toch wat gemist hebben tijdens het eten bij mijn taalmaatje Farhat en zijn vrouw! Hoewel de gesprekken natuurlijk even voedend zouden zijn geweest.
Een groter contrast met een dubbele boterham met kaas bestaat niet! Op tafel stonden schalen met rijst met rozijnen, gevulde rijstdeegcakejes met kip en peterselie, witte bonen in tomatensaus, salade, en een ovenschaal met gebraden kip met courgette, ui en wortel. Het was heerlijk. En bijzonder om te eten om half vier ‘s middags. Ideaal eigenlijk want ik ben niet helemaal fit en kan nu op tijd naar bed.
Vrouw trakteren
De oudste zoon van net acht was ook lekker aan het meepraten. We hadden het over zijn traktaties en of je taart moest trakteren of iets gezonds. ‘Zoals vrouw?’, Vroeg Farhats vrouw. Euh, wat bedoel je? ‘Nou bij het kinderdagverblijf mag je geen snoep maar wel vrouw trakteren.’ ‘ Bedoel je soms fruit?’ ‘Ja, vrouwt’. ‘ ‘Nee: fruit’. ‘Fruit’. ‘Perfect.’
Zonder benen
Zoon: ‘ Mijn spaarpot zit daar.’ Omdat ik zo’n constructie daarvoor ook al hoorde, ging ik erop in: ‘In goed Nederlands is het ‘de spaarpot staat’.’ Farhat vraagt naar de reden. Als ik hardop nadenk over het antwoord, en begin over katten en mensen die zitten, zegt het jongetje: ‘Nou, mijn spaarpot heeft geen benen dus kan hij niet zitten!’.
We praten verder over dat ook de glazen op tafel staan. ‘De borden liggen toch wel?’ ‘Nee, die staan ook.’ Farhat: ‘Maar het mes ligt!’. ‘Dat klopt!, zeg ik, ‘en het tafellaken ligt ook.’ Verbazing alom. ‘Het Nederlands heeft geen regels,’ constateert Farhat. En vult lachend aan: ‘De groep wordt steeds groter; je kwam voor mij en nou geef je mijn hele gezin les!’.
O, inversie!
We wonen allebei vier jaar in Haarlem. ‘Ik hou van Haarlem, verklaart Farhat met glimmende ogen, ‘ik vind alles mooi!’. Als ik begin over de tuin, wijs ik hem op de narcisjes in het groen. Allemaal onkruid blijkbaar -ook een nieuw woord voor Farhat- en hij zou de tuin het liefst betegelen. Die fout liet ik maar even zitten ;), maar ik merkte wel op dat Farhat persoonsvorm en onderwerp omkeerde en dat dit niet klopte in de context. Farhat: ‘O, inversie.’
Als ik mijn schoenen aantrek vraag ik of hij nog iets leuks gaat doen dit weekend.
‘Nee, we hebben nog niks gepland’, antwoordt Farhat soepeltjes.
Hollandser hoorde ik het nog niet.